NTKC.NL





Print deze pagina

A. REGLEMENT VOOR DE CLUBCODE

(Vastgesteld op de ALV van 30 september 1995 te Austerlitz, aangepast op de ALV van 28 maart 2009 en 31 maart 2012)

Inhoud:

A.1 Clubcode: inhoud
A.2 Clubcodecommissie
A.3 Klachtenregeling
A.4 Caravangebruik
A.5 Slotbepaling

A.1. Clubcode: Inhoud (artikel 2.3 van de statuten)

De NTKC heeft een clubcode om het karakter van de vereniging in de praktijk in stand te houden. De vijf hoofdpunten van de code zijn:

Ieder clublid:
A.1.1. leeft de doelstelling van de vereniging na: toeristisch kamperen met beperkte uitrusting;
A.1.2. houdt zich aan de regels, vastgelegd in statuten en reglementen;
A.1.3. ontziet natuur en terrein;
A.1.4. bezorgt medekampeerders geen last;
A.1.5. verricht naar vermogen clubwerkzaamheden.

Onder clubleden worden in dit reglement verstaan leden, kennismakingsleden en gezinsleden.

Nadere uitwerking van de hoofdpunten:

Art. A.1.1. Toeristisch kamperen met beperkte uitrusting

a. Clubleden kamperen in tenten met een grondoppervlakte van maximaal 17 m2.
b. Oudere clubleden gebruiken desgewenst, na schriftelijke toestemming van het hoofdbestuur, een eenvoudige éénassige caravan met een inwendige lengte van maximaal 4 meter (op tafelhoogte gemeten).
c. Clubleden gebruiken op de clubterreinen geen windschermen en geen opvallend gekleurde en grote luifels en dito meubilair, terwijl bovendien caravanluifels geen voorwand mogen hebben.
d. In plaats van een caravanluifel is het gebruik van een zogenoemd klompenhok van maximaal 3, m2 grondoppervlakte in de periode van i oktober tot en met de daarop volgende Pasen toegestaan.
e. Voor het gebruik van hiervan afwijkende kampeermiddelen kan het hoofdbestuur ontheffing verlenen.
f. Leden die op 1 januari 1979 als caravangebruiker geregistreerd waren, hebben het recht een caravan te gebruiken met een opbouw- lengte van maximaal 4.50 meter.

Art. A.1.2. Zich houden aan de clubregels

Clubleden:
a. melden zich bij aankomst op een clubterrein bij de kampmeester of de terreinbewaarder, tonen hun bewijs van lidmaatschap en volgen eventuele aanwijzingen op;
b. zorgen bij de eerste gelegenheid zich in te schrijven in het kampregister en hebben voor zij het clubterrein verlaten het juiste kampgeld voldaan;
c. nemen indien nodig het kampmeesterschap op zich;
d. lezen de mededelingen op het clubterrein om kennis te nemen van aanvullende kampregels en houden zich daaraan;
e. laten s nachts geen onbewoonde tent of caravan achter;
f. kunnen op clubterreinen geen plaats reserveren.

Art. A.1.3. Natuur en terrein ontzien

Clubleden:
a. verplaatsen na een verblijf van (telkens) vier nachten tent of caravan om de bodem te beschermen tegen kaal-kamperen;
b. rijden uitsluitend met de auto op het clubterrein om een caravan naar een kampeerplek te brengen of daarvan weg te halen;
c. parkeren auto, motor, bromfiets of scooter op het parkeerterrein;
d. maken bij voorkeur gebruik van de fietsenstalling, indien aanwezig;
e. plaatsen anders fiets, fietskar, surfplank en dergelijke uit het zicht, zonder beplanting en andermans kampeeruitrusting te beschadigen;
f. lopen (en fietsen niet) over bestaande paden om begroeiing niet te beschadigen en om te voorkomen dat nieuwe of te brede paden ontstaan;
g. ledigen toiletemmer met chemische middelen in een daarvoor bestemde en aangegeven voorziening; anders worden deze chemische middelen niet geloosd;
h. zorgen voor een goede opvang van het afvalwater en het deponeren van het afvalwater op de aangegeven plaats bij het toiletgebouw;
i. stoken uitsluitend kampvuren en kookvuurtjes als dat volgens plaatselijke bepalingen en door de kampmeester is toegestaan en uitsluitend op daarvoor bestemde plaatsen;
j. zorgen ervoor dat - als mag worden gebarbecued - de bodem bij tent of caravan niet wordt beschadigd;
k. zetten geen hete pannen en andere hete voorwerpen op het gras zonder isolerende onderlaag te gebruiken;
i. leven, in het bijzonders winters, nauwkeurig terreinvoorschriften na over gebruik waterleiding en toiletten.

Art. A.1.4. Medekampeerders geen last bezorgen

Clubleden:
a. plaatsen tent of caravan zo mogelijk op ruime afstand van anderen en ontnemen medekampeerders het uitzicht niet;
b. gebruiken audio-, video- en telecommunicatieapparatuur zodanig dat anderen daar geen hinder van hebben;
c. houden rekening met de (nacht)rust van medekampeerders;
d. hangen was- en beddegoed zoveel mogelijk uit zicht van anderen;
e. letten bij barbecuen op dat anderen geen last van rook hebben;
f. houden er rekening mee dat op een enkel clubterrein het verblijf van huisdieren is verboden; op de andere clubterreinen houden ze huisdieren aan de lijn en laten deze buiten het terrein uit;
g. richten zich tot de kampmeester als zij bepaalde problemen niet zelf kunnen oplossen.

A.1.5. Werkzaamheden voor de club

Clubleden:
a. maken vrijwillig toiletten en wasgelegenheden schoon;
b. doen in overleg met de kampmeester eventueel andere klusjes;
c. dragen naar vermogen bij aan het onderhoud van clubterreinen op werkdagen en werkweekends;
d. dragen naar vermogen bij aan het goed functioneren van de club.

A.2. Clubcodecommissie (artikel 12.3 van de statuten)

Art. A.2.1. Er is een clubcodecommissie die als taken heeft:
a. het bewaken van de juiste toepassing van de onder A3 genoemde klachtenprocedure alsmede het adviseren van het hoofdbestuur over mogelijke verbeteringen van deze regeling;
b. het adviseren van het hoofdbestuur over de afdoening van ernstige overtredingen van de regels, gehoord hebbende het afdelingsbestuur van de afdeling waartoe betrokkene behoort en het afdelingsbestuur dat de klacht aanmeldde;
c. het adviseren van het afdelingsbestuur over de afhandeling van klachten;
d. het adviseren van het hoofdbestuur over
- de behandeling van het beroep dat een kennismakingslid bij de
algemene ledenvergadering heeft ingediend bij niet toelating als lid,
- respectievelijk het beroep dat een lid aldaar heeft ingediend bij
ontzetting uit het lidmaatschap;
e. het gevraagd en ongevraagd adviseren van het hoofdbestuur in alle zaken die verband houden met de clubcode, het toetredingsbeleid en de klachtenregeling;
f. het registreren van klachten in verband met het schenden van de clubcode, gemeld door een afdelingsbestuur of clubleden;
g. het desgevraagd adviseren van kennismakingsleden in zaken die verband houden met hun toelating als lid.

Art. A.2.2. De clubcodecommissie bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf leden.
De leden worden door het hoofdbestuur benoemd uit de stemgerechtigde leden voor een periode van maximaal drie clubjaren. De voordracht komt van het dagelijks bestuur dan wel van de clubcodecommissie. Jaarlijks treedt een deel van de commissie af volgens een vooraf opgesteld rooster.
De aftredende leden zijn terstond herkiesbaar voor maximaal nog één periode van drie jaar.

Art. A.2.3. Leden van de clubcodecommissie mogen geen deel uitmaken van enig bestuur binnen de vereniging.
Art. A.2.4. Voor het uitbrengen van een advies is de clubcodecommissie bevoegd bij een ieder binnen de vereniging inlichtingen in te winnen, rekening houdend met overwegingen van privacy.

A.3. Klachtenprocedure (artikel 2.3, 4.4 en 4.5 van de statuten)

Art. A.3.1. De kampmeester die, of het clublid dat een klacht heeft over het schenden van de clubcode door een ander clublid zal eerst trachten deze klacht met dat lid te bespreken, opdat de oorzaak van de klacht wordt weggenomen dan wel op een andere wijze de kwestie bevredigend wordt opgelost.

Art. A.3,2. Indien een clublid een klacht heeft over een ander clublid en de in artikel A.3.1 vermelde actie niet leidt tot een bevredigend resultaat dan meldt dat clublid zijn klacht bij de kampmeester, die opnieuw zal trachten de kwestie bevredigend op te lossen.

Art. A.3.3. Indien de kampmeester er niet in slaagt de kwestie tot een oplossing te brengen, legt hij de gegevens betrekking hebbend op de klacht vast in een rapport bestemd voor het afdelingsbestuur dat het clubterrein beheert. De kampmeester handelt verder naar bevind van zaken, rekening houdend met zijn rechten en plichten zoals beschreven in het reglement voor de clubterreinen.

Art. A.3.4. Het in artikel A.3.3 genoemde afdelingsbestuur is verantwoordelijk voor de verdere behandeling van een klacht die niet door de kampmeester is opgelost. Het is in ieder geval verantwoordelijk voor het verzamelen van gegevens over de feiten en de omstandigheden die voor een goed inzicht in de kwestie van belang zijn.

Art. A.3.5. Komt ook dit bestuur niet tot een oplossing of overstijgt het probleem de bevoegdheden van een afdelingsbestuur dan draagt dit bestuur de behandeling van de kwestie over aan het dagelijks bestuur onder overlegging van de hierop betrekking hebbende stukken.

Art. A.3.6. Het dagelijks bestuur vraagt advies aan de clubcodecommissie.

Art. A.3.7. De clubcodecommissie raadpleegt de stukken, hoort desgewenst de partijen met betrekking tot de klacht en brengt het dagelijks bestuur schriftelijk advies uit over haar bevindingen en over de te nemen maatregelen.

Art. A.3.8. Het dagelijks bestuur neemt daarna een besluit over de te nemen maatregelen en licht de clubcodecommissie, het afdelingsbestuur en de partijen daarover in, rekening houdend met overwegingen van privacy.
Indien het besluit leidt tot opzegging van het lidmaatschap of tot ontzetting uit het lidmaatschap van een clublid dat de clubcode heeft geschonden, dan dient dit besluit te worden genomen en uitgevoerd door het hoofdbestuur met inachtneming van de statuten.
Indien het dagelijks bestuur een andere maatregel neemt tegen een lid dat de clubcode heeft geschonden, kan dat clublid hiertegen bezwaar aantekenen bij het hoofdbestuur.

A.4. Caravangebruik (artikel 5 van de statuten)

Art. A.4.1. Het hoofdbestuur verleent aan clubleden van veertig jaar en ouder maar jonger dan vijftig jaar op hun schriftelijk verzoek alleen toestemming op de clubterreinen met een caravan te kamperen als daarvoor een bijzondere persoonlijke reden is, dit ter beoordeling van het hoofdbestuur.

Art. A.4.2. Het hoofdbestuur verleent aan clubleden jonger dan veertig jaar in het algemeen geen toestemming voor het gebruik van een caravan op de clubterreinen.

Art. A.4.3. Indien van twee duurzaam samenwonende partners een van hen aan de criteria tot caravangebruik op de clubterreinen voldoet, dan verleent het hoofdbestuur alleen aan die ene partner toestemming, waarbij mede-kamperen van de andere partner is toegestaan. Voldoet de andere partner echter aan het criterium van zeven jaren lidmaatschap, dan verleent het hoofdbestuur ook deze desgevraagd toestemming.

Art. A.4.4. De toestemming van het hoofdbestuur tot het kamperen met een caravan op de clubterreinen is persoonlijk en niet overdraagbaar en geldt, tenzij het hoofdbestuur in bijzondere gevallen een tijdelijke toestemming verleent, voor onbepaalde tijd.

A.5. Slotbepaling

Art. A.5.1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het hoofdbestuur.