NTKC.NL





Print deze pagina

D. REGLEMENT VOOR HET CLUBLIDMAATSCHAP

(Vastgesteld op de ALV van 30 september 1995 te Austerlitz, aangepast op de ALV van 28 maart 2009 en 31 maart 2012)

Inhoud:

D.1 Introductie van niet-leden
D.2 Kennismakingslidmaatschap
D.3 Clubvoorlichting
D.4 Contributie
D.5 Bewijs van lidmaatschap
D.6 Kampgelden
D.7 Cluborgaan
D.8 Begunstigers
D.9 Slotbepaling

D.1. Introductie van niet-leden (artikel 2.1 en 2.2 van de statuten)

Art. D.1.1. De introductie heeft ten doel geďnteresseerden kennis te laten maken met de vereniging.

Art. D.1.2. Leden (per Iidmaatschapsnummer) hebben het recht om tegelijkertijd een duurzaam samenwonende eenheid of maximaal twee niet duurzaam samenwonende personen te introduceren. Degene die introduceert is voor de introducé verantwoordelijk en dient derhalve kamperend aanwezig te zijn.

Art. D.1.3. Introductie van eenzelfde persoon is slechts mogelijk gedurende maximaal twee perioden van vier, dan wel een aaneengesloten periode van eenentwintig nachten.
Per clubterrein is de maximale verblijftijd vier nachten.

Art. D.1.4. Niet toegestaan is de introductie van:
a. personen, van wie het lidmaatschap van de vereniging door ontzetting is geëindigd;
b. personen, die met een ander kampeermiddel dan een tent komen kamperen.
De tent behoeft niet te voldoen aan de bij reglement gestelde eisen, mits enige beperkingen in vorm en afmetingen in acht worden genomen.

Art. D.1.5. Het hoofdbestuur, een afdelingsbestuur of sectiebestuur kan personen introduceren. Het is daarbij niet gebonden aan artikel D.1.2. Van deze introductie wordt betrokkene en het afdelingsbestuur dat het desbetreffende clubterrein beheert, schriftelijk mededeling gedaan.

Art. D.1.6. Bij het inschrijven als kampeerder op een clubterrein vullen introducerend lid en introducé een introductiekaart in.
Deze is verkrijgbaar bij de kampmeester.

Art. D.1.7. Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid een lid, dat verscheidene malen niet in de vereniging passende personen heeft geďntroduceerd, het recht personen te introduceren voor een periode van maximaal twaalf maanden te ontnemen.

Art. D.1.8. Het dagelijks bestuur kan introductie op bepaalde terreinen en/of gedurende bepaalde perioden verbieden.
Ook kan het de in artikel D.1.3 genoemde maxima in bijzondere gevallen verlengen.

Art. D.1.9. lntroducés die kamperen op de clubterreinen of deelnemen aan door de vereniging georganiseerde activiteiten doen dit, overeenkomstig artikel 2.4 van de statuten, voor eigen rekening en risico.

D.2. Kennismakingslidmaatschap (artikel 3.4, 3.9, 4.1, 4.2 en 4.3 van de statuten)

Het toetreden als kennismakingslid

Art. D.2.1. Een ieder die de clubdoelstellingen en de clubcode onderschrijft kan zich aanmelden als kennismakingslid.

Art. D.2.2. (Vervallen bij besluit van de ALV van 27 maart 2004).

Art. D.2.3. (Vervallen bij besluit van de ALV van 27 maart 2004).
 
Art. D.2.4. Het clubbureau verzorgt de verdere afwerking van de aanmeldingsprocedure.
Het kennismakingslid ontvangt een bewijs van lidmaatschap zodra het volledig ingevulde en ondertekende aanmeldingsformulier, waarin de clubcode is opgenomen, alsmede het verschuldigde contributiebedrag, is ontvangen.

Art. D.2.5. Leden en kennismakingsleden zijn tot aanmelding als kennismakingslid van hun niet lid zijnde partner verplicht, indien deze gebruik maakt van een clubterrein dan wel indien deze deelneemt aan clubactiviteiten.

De kennismakingsperiode

Art. D.2.6. Alvorens men lid kan worden van de vereniging is men kennismakingslid gedurende een kennismakingsperiode.
Deze duurt twee jaar, gerekend van het einde van het clubjaar waarin aanmelding plaats vond.

Art. D.2.7. De namen van de kennismakingsleden worden zo spoedig mogelijk in het cluborgaan gepubliceerd.
Stemgerechtigde leden kunnen gedurende de kennismakingsperiode tegen aanneming van een kennismakingslid een schriftelijk en met redenen omkleed bezwaar inbrengen bij de clubcodecommissie. Deze commissie brengt dit bezwaar terstond ter kennis van het afdelingsbestuur en van het dagelijks bestuur.

Art. D.2.8. Als kennismakingsleden worden slechts tentkampeerders toegelaten.
Tenten die afwijken van de clubcode mogen, met inachtneming van artikel 2.3 van de statuten, gedurende de kennismakingsperiode worden gebruikt, mits enige beperkingen in vorm, afmeting en kleur in acht worden genomen.
Art. D.2.9. Om als lid van de vereniging te worden toegelaten moeten de kampeermiddelen voldoen aan het gestelde in de clubcode.

Art. D.2.10. (Vervallen bij besluit van de ALV van 27 maart 2004).

Art. D.2.11. (Vervallen bij besluit van de ALV van 27 maart 2004).

Art. D.2.12. Bij gegronde bezwaren conform artikel D.2.7 of bij wangedrag gedurende de kennismakingsperiode, kan het dagelijks bestuur een lidmaatschap weigeren. Het kennismakingslid kan tegen deze weigering bezwaar aantekenen bij het hoofdbestuur en als dit bezwaar afgewezen wordt, in beroep gaan bij de algemene ledenvergadering.

Art. D.2.13. Bij aanmelding als kennismakingslid binnen twee jaar nadat betrokkene zich als lid van de vereniging heeft doen uitschrijven, moet de volledige contributie over de tussenliggende periode worden voldaan alvorens hij weer als kennismakingslid wordt ingeschreven.

D.3. Clubvoorlichting (artikel 2.2, 4.1 en 4.3 van de statuten)

Art. D.3.1. De voorlichting over de vereniging aan belangstellende niet-leden en aan kennismakingsleden vindt plaats door leden, hoofd- , afdeling- en sectiebesturen;

Art. D.3.2. Vervallen

Art. D.3.3. Het hoofdbestuur coördineert de totaaluitvoering op landelijk niveau en ondersteunt op afdelingsniveau, een en ander in overleg met de afdelingsbesturen.

Art. D.3.4. Vervallen

D.4. Contributie (artikel 4.4, 4.6 en 19.1 van de statuten)

Art. D.4.1. Gewone leden en kennismakingsleden zijn gehouden een door de algemene ledenvergadering vastgestelde contributie te voldoen.
Ereleden, buitengewone leden en hun partners en gezinsleden zijn vrijgesteld van contributie.

Art. D.4.2. De betaling van de contributie dient te geschieden voor 1 december van het verenigingsjaar. Na die datum worden bij de contributie-inning de kosten van incasso en administratie in rekening gebracht.
Bij in gebreke blijven van een lid is het dagelijks bestuur bevoegd diens lidmaatschap op te zeggen.
Art. D.4.3. Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen van jaar tot jaar gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.
Aanvragen hiertoe dienen telkenmale een maand voor het begin van elk verenigingsjaar schriftelijk bij het hoofdbestuur te zijn ontvangen.

Art. D.4.4. Wijzigingen in de gezinssamenstelling die een verandering van het (gezamenlijk) contributiebedrag als gevolg zouden hebben, worden slechts voor het komende verenigingsjaar in behandeling genomen, indien de wijziging uiterlijk een maand voor het begin van dat verenigingsjaar schriftelijk bij het hoofdbestuur is aangemeld.

D.5. Bewijs van lidmaatschap (artikel 3.1 tot en met 4. van de statuten)

Art. D.5.1. Leden en kennismakingsleden ontvangen, nadat de verschuldigde contributie is voldaan, een bewijs van lidmaatschap dat geldig is gedurende een verenigingsjaar.
Zij hebben het recht van de clubterreinen gebruik te maken en deel te nemen aan verenigingsactiviteiten als zij een geldig bewijs van lidmaatschap kunnen overleggen.
Dit recht bestaat mede voor het tijdvak van i oktober tot en met 31 december na afloop van een verenigingsjaar, tenzij het lidmaatschap met ingang van i oktober is opgezegd.

Art. D.5.2. Gezinsleden tussen de 14 en 16 jaar ontvangen, als zij daartoe de wens kenbaar maken, een vergelijkbaar bewijs van lidmaatschap, nadat de ouders of verzorgers de verschuldigde contributie hebben voldaan.

Art. D.5.3. Het bewijs van lidmaatschap blijft zolang het geldig is eigendom van de vereniging.

D.6. Kampgelden (artikel 19.1 van de statuten)

Art. D.6.1. De voor gebruik van de clubterreinen te betalen kampgelden worden vastgesteld door de algemene ledenvergadering.

Art. D.6.2. De verschuldigde kampgelden worden aan de kampmeester, tegelijk met de inschrijving in het kampregister, in baar geld voldaan, tenzij op een terrein een andere regeling is aangegeven.

D.7. Cluborgaan (artikel 2.2 van de statuten)

Art. D.7.1. De vereniging geeft een cluborgaan uit, genaamd Buitenspoor, dat een door het hoofdbestuur te bepalen aantal malen per jaar verschijnt. Daarnaast onderhoudt de vereniging een website.

Art. D.7.2. Leden, kennismakingsleden, buitengewone leden en begunstigers ontvangen het cluborgaan op hun postadres. Tot het gezin behorende leden vanaf 16 jaar ontvangen het cluborgaan alleen, indien zij daartoe de wens schriftelijk kenbaar maken en nadat de verschuldigde contributie is voldaan.

Art. D.7.3. De website en het cluborgaan staan ten dienste van de interne communicatie in de vereniging. Deze worden tevens gebruikt voor de presentatie van de vereniging naar buiten.

Art. D.7.4. Hoofdbestuur, afdeling- en sectiebesturen zijn gehouden zoveel als mogelijk is hun mededelingen op de website of in het cluborgaan te publiceren.

Art. D.7.5. De redacties van de website en van het cluborgaan worden benoemd door het hoofdbestuur en zijn voor de inhoud ervan tegenover het hoofdbestuur verantwoordelijk. De vertegenwoordiging van het hoofdbestuur in de redacties wordt geregeld in het reglement voor de clubstructuur.

Art. D.7.6. De geplande verschijningsdata en de sluitingsdata voor inzending van kopij voor het cluborgaan worden tenminste drie nummers te voren bekend gemaakt.

D.8. Begunstigers (artikel 19.1 van de statuten)

Art. D.8.1. Begunstigers steunen de vereniging met een door de algemene ledenvergadering vast te stellen bijdrage.

Art. D.8.2. Begunstigers hebben toegang tot clubbijeenkomsten. Zij hebben geen recht op het deelnemen aan kampeeractiviteiten van de vereniging en op het kamperen op clubterreinen.

D.9. Slotbepaling

Art. D.9.1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het hoofdbestuur.