Loslaten (Marjan en Wim van Eeden)

'Als ik fiets dan geniet ik van de rust, de bloemen, de vogels en het bos. Dan voel ik me tevreden en zie ik hoe prachtig de wereld eigenlijk is.' Marjan van Eeden verruilde twaalf jaar geleden de rugzak voor de fiets. In haar eentje maakte ze haar eerste fietskampeertocht door Zweden. Nu fietst ze met haar man Wim vrijwel elke maand ten minste een weekend, meestal in Nederland. 'We houden er niet van om voor een paar dagen fietsen ver te rijden. Alleen in de zomervakantie zoeken we het verderop en soms gaan we in de herfst nog een paar dagen naar Duitsland.'

Zo’n vijf jaar geleden maakten de Van Eedens voor het eerst kennis met de NTKC via Ben Huve en Ingrid Stikkelorum. 'Aanvankelijk werd ik erg zenuwachtig van de regeltjes. Zeker als we niet alleen op een terrein stonden, was ik voordurend bang om aangesproken te worden op wat ik allemaal niet goed zou doen. Totdat we vorig jaar op De Hertenweide en ’t Aagt gingen kamperen waar ‘geen regels’ de norm was. Dat was voor mij een echte omslag. Daar ontmoetten we mensen die ons echt het gevoel gaven welkom te zijn. Daardoor is het allemaal een stuk ontspannener geworden.’ Op de vraag wat haar lievelingsterrein is, antwoordt Marjan: ’Dat is De Hertenweide, dat voelt echt als een thuisplek.'

Weinig plannen
'Ik ben niet zo’n planner. Als we fietsen, plannen we geen dagafstand en ook boodschappen plannen we nooit, dat komt zoals het komt en het komt altijd goed. Soms fietsen we met een boekje, bijvoorbeeld naar Praag of naar Jutland, maar dat gebruiken we alleen maar heel globaal. Het enige dat we enigszins plannen, is het overnachten. Het liefst op een leuk kampeerterrein of in geval van nood, nu we met z’n tweeën zijn, in het wild. Ik ben al helemaal niet bereid om dertig euro voor een vreselijke camping neer te tellen, dat vind ik zonde geld. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs op grotere campings vaak ergens achteraf nog een leuk veldje voor trekkers met tentjes verscholen ligt.'

Ongeschreven taakverdeling
'Of we nu voor een korte of een lange fietstocht weggaan, we pakken eigenlijk altijd hetzelfde in. Wim zorgt voor de tent, het eten en de keuken, ik zorg voor het slapen en de kleding. In de loop van de tijd ben ik minder kleding mee gaan nemen. Aanvankelijk had ik ook altijd een kledingsetje mee voor het geval we ’s avonds vanaf onze kampeerplek nog een stadje zouden bezoeken. Maar in de loop van de tijd zijn de fietsafstanden langer geworden, we fietsen 80-90 km op een dag, en ligt de nadruk meer op het onderweg zijn en minder op het kamperen. Dus dat setje extra kleren gaat al lang niet meer mee. Alleen mijn mobiel en een reservebinnenband, die zijn echt onmisbaar.'

Meer over fietskamperen


Gepubliceerd op zondag 22 januari 2017

Log in met je NTKC account om de reacties te lezen, en zelf een reactie achter te laten.

« Oliebollen op Zorgvlied - Binnen een paar uur alle rompslomp vergeten (Cilia Fleuren) »